Burgerlijke stand


46 Dodendans (1)

dansen ratelend skeletten?
schutter aan tafel koning majoor
alleman en een koor
van typmachines.

 

47 Ik geloof dat ik griep krijg

Hoe zwavel moeders zoon beslaat.

O broeder die met letters gaat
punaisehart, konijn in het stadhuis
verleppend achter vijf loketten
heer kaartebak te ladenlak –

Dit vlammetje van taak waait uit
nu een verkauwdheid huis houdt
niet tegen staan de helaas kuise boterhammen.

 

48 Dodendans (2)

broeders na de laatste kans wat verlangen we.
schakelend knakken we rond en we raken
nooit en te nimmer alleener of uitgeschakeld.

geraamteverdriet er te zijn maar ermee en erzonder
kerker aan kerker dansen we sterker op slot.
wie heeft is een hoer en wie leeft kan de pest krijgen.

ja Cor de cel dat is geen vlees bezitten.
o pierlalalieven o Ot en zeg Trui
u rakelt u op in de woorden.

Ik dichter edelman bedel
ik rammel de binnenklink wenk wenk en worstel
ik wil uit woorden om een lijf plek smaak te vinden eindelik
en dán verdomd zo zalig woekeren met wat ik heb.